Auteur Willem Hansma
Herinrichtings- en onderhoudswerkzaamheden in de Gertrudiskerk van Abbega maakten het in januari 2026 noodzakelijk om de houten kerkvloer te verwijderen. Dat leverde een interessante verrassing op. Onder het middenpad bleken namelijk zes grafzerken te liggen waarvan het bestaan volledig onbekend was.
Ze bevinden zeker niet meer op hun oorspronkelijke plek. Ooit zijn ze verplaatst, waarbij de grootste bij de deur kwam te liggen en vervolgens werd de rest erachter gelegd. De kleinste ligt het dichtst bij de preekstoel.
De stenen dateren uit de zestiende en zeventiende eeuw. Een ervan is een priesterzerk. Deze grafsteen en de ‘burgerzerk’ het dichtst bij de toegangsdeur zijn bijzonder genoeg om hier kort aandacht aan te besteden.
Pastoor Eling Siboltz Attema
Ongeveer halverwege het middenpad ligt de priesterzerk van heer Eling Siboltz. In een centrale nis staat een miskelk met een hostie erboven. De afbeelding is flink beschadigd, vermoedelijk bij de overgang naar de Reformatie in 1580. Op veel priesterzerken is het juist dit object dat opzettelijk is weggekapt.
Op de hoeken van de verder puntgave zerk staan in cirkels de vier evangelistensymbolen. In zowel het bijbelboek Ezechiël als in Openbaring komen deze symbolen voor. Het waren de kerkvaders Ireneus van Lyon en Hippolytus van Rome die ze in verband brachten met de vier evangelisten. De zerk van pastoor Eling heeft linksboven de leeuw van Marcus, rechtsboven de os van Lucas, linksonder de engel van Mattheus en rechtsonder de adelaar van Johannes.
Het is de weergave van de engel die sterk afwijkt van de traditionele afbeelding op andere, vaak oude zerken. Een mooi voorbeeld daarvan staat op de grafsteen van Bonte Jelles Yntema die aan het hoofdeinde van de zerk van Eling ligt: een gevleugelde, in een lang gewaad geklede figuur. Het naakte engeltje op Elings priesterzerk kan in deze context dus als een uitzonderlijke iconografische weergave beschouwd worden.
De randtekst luidt zonder de talrijke afkortingen als volgt: ‘Heer Eling Siboltzoon Attema in Abbega gestorven hir begraven Anno 1531 op Sanctus Jornus dach’.
De naam van de heilige Jornus roept vragen op. Het is in elk geval geen afkorting. Maar een heilige Jornus bestaat helemaal niet. De kans bestaat daarom dat de steenhouwer zijn geschreven voorbeeldtekst verkeerd heeft gelezen. Dan ligt het voor de hand dat het een verbastering is van Joris, wiens naamdag op 23 april valt. Er kan dus maar het beste van uitgegaan worden dat pastoor Eling op 23 april 1531 is begraven.
Eling Siboltzoon was geen onbekende – Otto Roemeling noemt hem in zijn dissertatie Heiligen en Heren – maar nog niet bekend waren de sterfdatum en de achternaam Attema.
Vrijwel zeker was Eling een oomzegger van pastoor Goffa Attema, de stichter van het in Abbega nog immer bestaande Sint-Geertruidsleen. In zijn testament uit 1508 noemt Goffa hem samen met zijn broers en hun tante met haar kinderen als erfgenamen. Alleen heer Eling wordt bij name genoemd.
Heere Sybrants, Douwe Seerps en Aeltie Wigledochter
De zerk direct achter de toegangsdeur noemt de namen van Aeltie Wigledochter (†1631) en haar beide echtgenoten Heere Sybrants (†1620) en Douwe Seerps Andala (†1627).
Uniek in de teksten op de steen is de drie keer voorkomende formulering ‘catolick gesturven’. Op geen enkele zerk in Fryslân is tot nog toe een vergelijkbare Nederlandse tekst aangetroffen. De familie heeft er geen misverstand over willen laten bestaan dat ze het rooms-katholieke geloof is blijven belijden en de Reformatie aan zich voorbij heeft laten gaan.
Op de hoeken staan ook hier cirkels waarin we verwachten weer de evangelistensymbolen aan te treffen. De bovenste twee daarvan roepen geen vragen op. Linksboven is de os van Lucas te zien, rechtsboven de adelaar van Johannes. De afbeelding linksonder heeft net als de priesterzerk een zeer jeugdig naakt engeltje.
In de vierde cirkel rechtsonder zou de leeuw van Marcus moeten staan. Maar dat is niet het geval. We zien een zittende man in een lang gewaad. In zijn linkerhand houdt hij een boek tegen zijn heup, in zijn rechter houdt hij bloemen omhoog. Voor hem liggen een kruis en een hond met in zijn bek een fakkel.
Alles wijst erop dat het hier om de heilige Dominicus gaat, de stichter van de orde der dominicanen. De hond met de fakkel is een bekend attribuut van de heilige. Volgens een legende droomde zijn moeder tijdens de zwangerschap dat ze een hond zou baren met een brandende fakkel in zijn bek. De hele wereld zou hij in vuur en vlam zetten. Bovendien werd ‘dominicanen’ etymologisch wel in verband gebracht met ‘Domini canes’, honden van de Heer. Behalve met een hond wordt Dominicus ook vaak met een boek afgebeeld. In een visioen overhandigt Petrus hem een staf en Paulus een boek met zijn brieven. Dat laatste zou staan voor de opdracht om wereldwijd het evangelie te verkondigen. De bloemen zijn een weergave van lelietakken, een derde attribuut van de heilige. De witte lelie staat voor zijn zuiverheid.
De meest voor de hand liggende reden voor deze unieke voorstelling is dat Dominicus de naamheilige was van Douwe Seerps Andala. De naam Dominicus werd wel gebruikt als een Latijnse variant van de Friese naam Douwe. Met de opdracht voor de afbeelding kan Douwe zich willen hebben verzekeren van de voorspraak van de heilige voor zijn zielenheil. Bovendien is het een openlijke uiting van het rooms-katholieke geloof van de drie overledenen. We weten niet wanneer ze geboren zijn, maar ze zullen met de overgang naar de Reformatie in 1580 niet blij zijn geweest. Niet voor niets melden ze zo nadrukkelijk dat ze ‘catolick gesturven’ zijn.
Blijvend te zien
De nieuw ontdekte zerken in de Gertrudiskerk van Abbega zullen ook in de toekomst zichtbaar blijven. De grond eronder is met zand opgehoogd en de zerken vormen net als een paar eeuwen geleden weer de vloer van het middenpad. Ze dragen zeker bij aan de monumentale waarde en uitstraling van het kerkgebouw.
Gedurende Tsjerkepaaad is de kerk op de zaterdagmiddagen te bezoeken.
Dit artikel verscheen eerder in het juninummer 2026 van Alde Fryske Tsjerken.