Het bijzondere aan het Weesgegroet is dat het niet gericht is tot God. Het richt zich niet zoals de meeste gebeden tot de Vader of tot Jezus. De aangesprokene is Maria. Het is een gebed waarin een heilige gevraagd wordt om voor ons tot God te bidden. We noemen dit op voorspraak. De heilige, in dit geval Maria, vragen we om bij God een goed woordje voor ons te doen.
Woorden van de aartsengel Gabriël
Het eerste deel is ontleend aan de groet van de aartsengel aan Maria: ”Ik groet U, gezegende, de Heer is met u”. Gabriël bezoekt Maria in haar woonplaats in Nazareth. Zij krijgt er de uitzonderlijke boodschap te horen dat ze moeder wordt van Gods Zoon. Maria is vol genade, omdat ze letterlijk Jezus in haar schoot draagt. In onze groet resoneert (weerklinkt) het wonder dat aan haar geschiedt. Via het latijn is deze zin in ons Weesgegroet gekomen als “Wees gegroet, Maria, vol genade, de Heer is met u” (Ave Maria, gratia plena Dominus tecum). De naam Maria is aan de Bijbeltekst toegevoegd.
Woorden van Elisabeth
Het tweede deel is genomen uit de lofzang die Elisabeth maakt op Maria als deze haar bezoekt: “Gij zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegd is Jezus de vrucht van uw schoot!” (Lucas 1,42). Vervolgens stemt Maria in met de vraag om moeder van Gods Zoon te worden:” Ik ben de dienares van de Heer; laat Mij gebeuren wat u gezegd hebt (Lucas 1,38). Maria, net zwanger, gaat het huis van Zacharias (de man van Elisabeth) binnen en begroet Elisabeth. Deze begroet op haar beurt Maria met de woorden:” Gezegend ben jij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van je schoot”. In ons Weesgegroet is naam van Jezus toegevoegd aan de begroeting van Elisabeth:” Gezegend is Jezus de vrucht van uw schoot”.
Moeder van God
Lange tijd bestond het Weesgegroet alleen uit deze twee Bijbelverzen, maar in de late Middeleeuwen (15de eeuw) werd het in de rooms-katholieke traditie uitgebreid met de woorden:” Heilige Maria, moeder van God, bid voor zondaars nu en in het uur van onze dood”.
Moeder van God is de titel die Maria kreeg in de 3de en 4de eeuw. Met deze titel wilde men benadrukken dat Jezus zowel mens als God is. Door Maria Moeder Gods te noemen, werd benadrukt dat Jezus ook God is. Daarom wordt het Weesgegroet een gebed om Maria’s voorspraak. Wij vragen haar om hulp. Wij geven ons vol vertrouwen over aan de genade van God die zo vol van genade is.
Uit: Magazine voor de Pelgrim (nr.2, Zomer 2026)