Isidorus van Sevilla, Spanje; aartsbisschop & kerkleraar; † 636
Isidorus stamde uit een voorname Romeinse familie die afkomstig was uit de havenstad Cartagena (ook wel Nieuw-Carthago genoemd), aan de Spaanse zuidoostkust. Blijkbaar kwamen zij in conflict met Byzantijnse hoogwaardigheidsbekleders, want die zorgden ervoor dat de familie de wijk moest nemen en een goed heenkomen zocht in Sevilla. Isidorus moet geboren zijn rond het jaar 560. Hij was de jongste van vier kinderen. De oudste, Leander, zou hem voorafgaan als bisschop van Sevilla († ca 600; feest 27 februari); Fulgentius werd later bisschop van Astigi, het huidige Ecíja († ca 633; feest 14 januari) en Florentina zou uit handen van haar oudste broer Leander de maagdensluier ontvangen († 636; feest 20 juni).
Legende van de bijenzwerm
Er is een legende bewaard gebleven over de baby Isidorus. Zijn voedster had hem in de tuin achtergelaten. Een zwerm bijen zette zich op hem neer. Sommige kropen in zijn mond en lieten daar honing achter. Andere liepen over zijn gezicht zonder hem ook maar het geringste kwaad te doen. Ongetwijfeld achteraf bedacht om aan te geven dat Isidorus voorbestemd was later een zoetgevooisde predikant te worden. Een dergelijke legende is ook bekend van Ambrosius van Milaan († 397; feest 7 december).
De overgang naar Sevilla moet niet gemakkelijk geweest zijn voor de door en door orthodox gelovige ouders van het gezin. Immers, het grondgebied van Sevilla behoorde toe aan de Visigotische koning Leovigild, een fervent aanhanger van de Ariaanse leer. Arianen ontkennen de goddelijke natuur van Jezus. De beide geloofsrichtingen stonden lijnrecht tegenover elkaar en bevochten elkaar op leven en dood.
In 579 droeg Leovigild een deel van zijn grondgebied met de bijbehorende macht over aan zijn oudste zoon Hermenegild; dat betrof de stad Sevilla met wijde omgeving. Hij organiseerde een huwelijk voor hem met de Austrasische prinses Ingundis. Austrasië was het oostelijke deel van het Frankische rijk. Dat werd op dat moment geregeerd door Ingundis’ vader, de katholieke koning Sigisbert I, die gehuwd was met koningin Brunhilde. Prinses Ingundis liet zich door haar huwelijk niet afbrengen van het geloof waarin zij was opgevoed. Sterker nog, zij wist kroonprins Hermengild zo ver te krijgen dat hij haar geloofsrichting over nam. Op een moment dat zijn vader niet in de buurt was, nam hij openlijk afstand van zijn Ariaanse achtergrond en liet zich opnemen in de katholieke kerk. Prinses Ingundis had daarbij de hulp ingeroepen van Isidorus’ oudste broer, Leander, op dat moment een invloedrijk monnik in het plaatselijke benedictijner klooster.
Intussen waren de ouders van Isidorus gestorven en Leander had de zorg voor zijn jongere zus, Florentina, en zijn jongste broer Isidorus op zich genomen. Op haar verzoek legde hij haar de maagdensluier op en plaatste haar in een vrouwenconvent. Isidorus gaf hij een plaats tussen de monniken van zijn abdij.
Legende van de waterdruppel
Er is een legende die vertelt dat Isidorus al gauw de eentonigheid van het monnikenleven zat werd, aan het klooster ontsnapte en uit zwerven ging. Doodop zonk hij neer bij een waterput. En keek geïnteresseerd toe hoe er uithollingen te zien waren in de stenen op de bodem van de put. Een vrouw kwam water putten en legde hem uit dat die grillige patronen ontstonden doordat gestage waterdruppels zelfs in staat waren stenen uit te hollen. De jonge monnik zag dat als een les. Hij keerde terug naar het klooster. Van dat ogenblik af legde hij zich met consequente ijver toe op de studie, in het besef dat gestage studie zijn geest onuitwisbaar zou vormen.
Politieke verwikkelingen
Intussen zon koning Leovigild op maatregelen tegen zijn oudste zoon. Hij trok tegen hem ten strijde en sloeg gedurende een heel jaar een beleg rond de stad Sevilla. Prins Hermengild stuurde de monnik Leander zelfs naar Byzantium om daar hulp te halen. Maar tevergeefs. Dit geharrewar zou uiteindelijk leiden tot de gewelddadige dood van Hermengild in 585 of 586. Intussen was Leander enkele jaren tevoren (579) benoemd tot zevende aartsbisschop van Sevilla. Toen Hermenegilds broer Reccared in 586 zijn vader opvolgde als koning der Visigothen, werd Leander diens raadsman. De jonge vorst was nog altijd diep onder de indruk van de dingen die er tussen zijn vader en zijn oudere broer waren voorgevallen. In 589 liet hij zich op de landelijke bisschoppensynode, gehouden te Toledo, door bisschop Leander in de katholieke kerk opnemen. Het was op die synode dat de orthodoxe leer officieel tot staatsgodsdienst werd uitgeroepen. Leander had zijn jongste broer Isidorus gevraagd die synode voor te zitten. Isidorus moet op dat moment rond de 25 geweest zijn. We mogen aannemen dat de afgelopen gebeurtenissen bepaald niet onopgemerkt aan Isidorus voorbij waren gegaan. In ieder geval zou hij zich ontwikkelen tot een krachtig strijder voor de zuivere leer van de kerk en gedegen opleiding van alle geestelijken.
Onvermoeibaar ijveraar
In 600 of 601 volgde hij zijn broer Leander op als bisschop van Sevilla. Onvermoeibaar werkte hij aan de stichting van kloosters, steunpunten van katholieke cultuur. Hij begon een leerschool (seminarium) voor aankomend geestelijken in Sevilla, en zorgde er voor dat er goede leermeesters werden aangetrokken. Hijzelf staat te boek als een begenadigd spreker. Daarop duidde al de legende van de bijenzwerm die van hem bezit name toen hij nog een baby was. Mensen die hem meemaakten zeggen van hem dat je hem met plezier voor een tweede keer dezelfde dingen hoorde vertellen; en met hetzelfde genoegen zelfs een derde keer. Hij schreef een groot aantal werken van theologische, (kerk)historische en andere wetenschappelijke aard. Hij wordt wel ‘de laatste der westerse kerkvaders’ genoemd.
Schrijver
Zo schreef hij voor de kloostervestigingen die hij stichtte een leefregel: ‘De Regel van Sint Isidorus’. Voor zijn broer Fulgentius schreef hij twee boeken ‘Over de Goddelijke en Kerkelijke Eredienst’: over herkomst en betekenis van de rituelen en gebeden van de Heilige Mis, over de kerkelijke feestdagen, en over de verschillende kerkelijke ambten en functies. Deze boeken zijn van onschatbare waarde voor onze kennis van de zogeheten Mozarabische traditie, de wijze waarop in de vroege middeleeuwen in Spanje de eredienst werd ingericht.
Naast werken over de Bijbel, een geschiedenisoverzicht vanaf de schepping tot het jaar 626, en een Geschiedenis van de Gotische en Vandalenkoningen, is zijn beroemdste werk de ‘De Twintig Boeken der Etymologieën’. Hij schreef het voor de Visgotenkoning Sisebut (612-621). De titel is ontleend aan het feit dat Isidorus elk onderwerp begint met een etymologie van het woord, zoals men daar in zijn tijd over dacht. De woordverklaring werd niet gezocht in de geschiedenis van het woord, maar in de klank. Om één voorbeeld te noemen: het woord ‘apis’ (bij) wordt afgeleid van a-pis = ‘zonder pootjes’. De hoofdstukken geven al voldoende idee over de inhoud:
1. Grammatica;
2. Retorica en dialectiek;
3. Over de vier wiskundige disciplines (Rekenkunde, Geometrie, Muziek en Astronomie);
4. Medische wetenschap;
5. Wetten en Geschiedenis;
6. Kerkelijke boeken en eredienst;
7. God, engelen en de rangorde der gelovigen;
8. De Kerk en haar indelingen;
9. Talen, volken, koninkrijken, oorlogen, bevolking en burgerij;
10. Etymologieën;
11. Mensen en gedrochten;
12. Dieren en planten;
13. Wereld en werelddelen;
14. Aarde en onderverdelingen;
15. Stedenbouw en Landbouw;
16. Stenen en Metalen (ook maten en gewichten);
17. Landbouwwerktuigen;
18. Oorlogstuig en speelgoed;
19. Scheepvaartkunde, bouwkunst en kleding;
20. Levensmiddelen, huisraad en boerengereedschappen.
Altaner merkt op dat hij zijn kennis vaak aan anderen ontleende en dat zijn citaten uit de tweede, derde of vierde hand kwamen.
Hij stierf in Sevilla, maar in 1058 werd zijn stoffelijk overschot overgebracht naar de aan hem toegewijde basiliek San Isidoro in León. Heilig verklaard in 1598. Paus Innocentius XIII († 1724) riep hem in 1722 uit tot kerkleraar.
Verering & Cultuur
Naar verluidt zou hij moeiteloos thuis zijn geweest in het Latijn, Grieks en Hebreeuws. Bewonderaars zeggen over hem dat hij alle deugden, geloof, kennis en wetenschap in zich verenigde. Een vroege levensbeschrijver zou opgemerkt hebben: ‘Hij evenaarde Plato in scherpte van geest, Aristotels in kennis van de natuur, Cicero in welsprekendheid, Dydimus in overdaad, Origenes in geleerdheid, Hiëronymus in trefzekerheid van oordeel, Augustinus in vastigheid van leer en Gregorius de Grote in het vermogen om wijze lessen te trekken uit de Heilige Schrift!’
Patronaten
Een van de patroons van Spanje. In augustus 1999 riep paus Johannes-Paulus II († 2005) hem vanwege zijn veelzijdige, haast alomvattende kennis uit tot patroon van het Internet.